1695

7 november 2018

Een schrijver die werkelijk iets te vertellen heeft, streeft naar eenvoud en helderheid, onder het mom: het moeilijkste is iets eenvoudigs te zeggen.
Robbert Welagen Een pleidooi voor de novelle in: Hollands Maandblad 2018-8/9, 4

In iedere voormalige roker sluimert, onder de gore asbak vol harde feiten, een hardnekkige hunkering.
Ester Naomi Perquin Hosanna in: De Groene Amsterdammer 2018/38, 65

Heel onze industriële maatschappij kan worden begrepen als één grote thermodynamische machine die haar enorme productiviteit heeft gebouwd op permanente destructie van materie en dus roofbouw op de natuur.
Ton Lemaire Claude Lévi-Strauss, 52

De mens is een eigenaardige soort, want hij bezit de diepgewortelde neiging om de zintuiglijke werkelijkheid minder waar en waardevol te vinden dan een verborgen, niet-empirisch waarneembare werkelijkheid erachter of eronder.
Ton Lemaire Met open zinnen, 254

Als het waar is dat de evolutie zich voltrekt via 'trial and error', dan betekenen de moderne maatschappij en de natuurwetenschappen een evolutionaire impasse.
Ton Lemaire Met open zinnen, 302

1694

6 november 2018

Margaret Dovaston (1884-1955)
Portrait of Helen Frances Goodwin

1693

27 oktober 2018

er is geen weg (7)

Toen hij de bocht omliep zag hij achter de bomen de stad verschijnen. Daar lag het, de stad met de kathedraal, de stad waar hij al drie maanden naartoe liep. Meer dan tweeduizend kilometer had hij afgelegd en nu was het einde in zicht.

Niets bijzonders eigenlijk, een grote plaats als alle andere. Als die kathedraal daar niet had gestaan met de laatste rustplaat van Sint Jacob, was het een stad geweest als zovele andere. Het was goed zichtbaar in het felle zonlicht tegen de grijsblauwe achtergrond. De lucht zinderde. De linkertoren stond in de stijgers.

Hij liet de rugzak van zich af glijden en zocht een plekje tegen de heuvel om te gaan zitten. Onder een boom was een mooie plek, maar de verdorde bladeren gaven nauwelijks beschutting tegen de zon en de hitte van de oostenwind.

Vanaf deze plek zou hij een goede foto kunnen maken van het uitzicht en op facebook kunnen zetten, zoals hij elke dag de gebeurtenissen deelde. Maar nu niet. De laatste drie dagen had hij stug doorgelopen en hij voelde nu de enorme vermoeidheid. Alsof hij schipbreuk had geleden en uitgespuugd was op het land. Half liggend tegen zijn rugzak keek hij vechtend tegen de slaap in de verte.

De hele reis had hij de steden ontweken, hij verkoos de omwegen in plaats van de massale drukte van een stad. Mierenhopen waren het. Mensen als werkmieren, bouwmieren, voedselverzamelaars, kinderverzorgsters en beveiligers en allemaal maar één doel dienend: het welzijn van koningin economie. Iedereen volgde de wil van de mierenhoop en terwijl iedereen opging in het grotere geheel wilde iedereen tegelijkertijd iemand zijn. Daarin onderscheiden de mensen zich van mieren: iedereen wil uniek zijn in zijn uniek-zijn.

Wanneer hij door een stad liep zag hij zo vaak ontevreden gezichten, mensen zeulend met gekochte spulletjes en jengelende kinderen. De haast, de herrie, de onbeleefdheid, hij moest het zo nu en dan ondergaan als hij echt weer eens in de stad moest zijn. Dan voelde hij zich een dwaas onder de krankzinnigen. De stad was voor hem als een open inrichting.

Zij had hem gezegd dat hij een wel heel beperkte blik had op de stad. Toen zij naar de grote stad verhuisde, had zij eens gezegd: ik hoef hier maar de deur uit te lopen om midden in het leven te staan. Zij had behoefte aan die energie, zij zoog het op. Vaak had hij haar daar opgezocht en genoten van haar levenslust. Maar altijd kwam weer het moment dat hij weg moest en dan werd hij verscheurd tussen het verlangen naar haar en de opluchting weg te zijn uit de broeinest die haar woonplaats was.

Wanneer hij dan in de trein zat die hem terugbracht naar zijn kamer in het bos, dan verlangde hij weer naar het landschap uit zijn jeugd, het landschap met een horizon. Het was ook niet voor niets dat hij geïntrigeerd was geraakt door verhalen over kluizenaars, mensen die de afzondering zochten. Niet dat hij zelf een kluizenaar wilde zijn, integendeel, maar hij kon zich verplaatsen in de behoefte het leven in zichzelf en in de natuur te zoeken. Bovendien zag hij stilte en afzondering als een protest tegen het consumentisme en het hyperleven van de moderne samenleving, een protest waarvan hij overigens dacht dat het volstrekt zinloos was.

Als hij nu door zou lopen dan zou hij over een paar uur op het plein voor die kerk staan. Op de plek waar iedereen breed lachend, juichend, kijk mij, ik heb het gehaald, een selfie maakt. Hij wist nu dat hij dat niet ging doen. Zijn reis zou niet eindigen bij een gigantische graftombe.

Een aaneenschakeling van onafgemaakte projecten, dat was zijn leven. Hij wist het eigenlijk al toen hij zijn huis verliet en op pad ging. Toch was hij vertrokken ondanks alle twijfels en onzekerheden en hij had niet meer de moed gehad om op zijn schreden terug te keren. Soms was hij die mogelijkheid eenvoudigweg vergeten, want hij had ervaren wat zo vele anderen ook ervaren hadden op zo'n tocht. Het gesprek met jezelf, de gesprekken met de anderen. De behulpzaamheid, de bemoedigende woorden van welwillende mensen. De prachtige natuur en al die prachtige bouwwerken die hij gezien en bezocht had. De schoonheid van dit alles had hem doen voortgaan. Moest hij deze reis dan niet afmaken en voor één keer iets voltooien in zijn leven?

Oog in oog met zijn eindbestemming kwamen alle twijfels weer boven en nu kon hij er niet meer omheen, hij kon niet meer ontkennen. Hij was vertrokken om achter te laten, niet om iets te bereiken. Als hij door zou gaan en daar op het plein voor die kerk terecht zou komen, dan was het te laat.

Hij ging rechtop zitten, pakte de waterzak uit zijn rugzak en zette het aan zijn mond alsof hij zichzelf moed moest indrinken. Het water klokte door zijn keel. Verfrist haalde hij diep adem en keek nog eens naar die stad. 'Wat ga je doen?' vroeg hij zichzelf luidop af. De beslissing was al genomen, hij moest alleen zijn aarzeling negeren. Hij stond op, stopte de waterzak terug, hing de rugzak over zijn linkerschouder en begon te lopen, stopte en liep terug naar de plek waar hij gezeten had. Toch een foto, dacht hij, van deze plek, voor facebook, de laatste.

Hij keek nog eens goed naar de foto op het beeldscherm en prompt was er een eerste like. Hij sloot alles af, deed de telefoon uit, legde het op een steen en stampte met de hak van zijn wandelschoen op de telefoon totdat het onherstelbaar kapot was. Tevreden keek hij naar de scherven en verborg ze in de grond onder de steen. Nu zou hij de weg moeten vinden zonder hulpmiddelen, zonder verbinding. Hij draaide zich om en begon opnieuw te lopen.

1692

22 oktober 2018

De flat baadde in de zon, maar erboven kwam een grote donkere regenwolk opzetten. Ik hoorde in de ongewone stilte de klank van een instrument uit de flat komen. Eerst dacht ik dat het een viool was, maar ik twijfelde. Was het een duduk of een zink? Hoorde ik alle muziek of alleen maar het instrument dat er bovenuit klonk? Terwijl ik luisterde aan de rand van het bos naar de klanken uit een openstaande deur en me verbaasde over het surreële van de hele scène, liet een bries de takken boven mij op en neer gaan alsof ze me wilden zegenen.