× 2017 2016 2015 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 overzicht leeslijst e-mail

Alberto Manguel herlas een jaar lang elke maand een boek dat ooit zeer veel indruk op hem gemaakt had. Het resultaat was een nieuw boek, Dagboek van een lezer. Ik heb met de gedachte gespeeld iets vergelijkbaars te doen, maar het is er nooit van gekomen, teveel boeken die nog een eerste maal gelezen moeten worden. Toch laat het idee me niet los, boeken herlezen en mezelf afvragen wat er ooit in een ver verleden toch zo'n indruk op mij gemaakt heeft. Ik ben nu dertig jaar verder, ik heb vele leeskilometers achter de rug en in combinatie met wat levenservaringen, kan het niet anders dat het herlezen van een boek, het lezen van een nieuw boek is.

Een boek dat voor een dergelijk project in aanmerking zou komen is Doktor Faustus van Thomas Mann, ik nam het onlangs uit de kast. Ik las de datum van aankoop dat ik ooit op het schutblad onder mijn naam geschreven had: ma. 28 april 1986. De datum trof mij, het was de tijd van de eindexamens, een tijd van spanning en stress. Maar het was ook de tijd dat ik H. nog niet had leren kennen, het laatste half jaar voor mijn studie en verhuizing naar Bosch en Duin. De tijd van gecultiveerde romantische weemoedweefsels, van zweterige duistere romantiek en het verlangen naar een prinses op het zwarte paard, van zwijmelen en heimelijk adoreren in de sfeerverlichting van mijn tienerkamer. Ik was dat jaar mijn dagboek opnieuw begonnen (eerdere versies heb ik vernietigd) en ik lees erin dat Doktor Faustus niet meteen aansloeg, ik vond het saai en vroeg me af of het boek niet te moeilijk voor me was. Alleen de laatste hoofdstukken maakten mij uiteindelijk enthousiast. Twee jaar later herlas ik het boek en uit die tijd moet de herinnering stammen dat ik het zo fantastisch vond.

Sindsdien is het boek altijd meeverhuisd naar nieuwe adressen en heeft het alle selecties van mijn boekenverzameling doorstaan, net als een paar andere boeken uit mijn jeugd. Misschien moet ik de trouw van Doktor Faustus belonen, net als Aan de vooravond van Toergenjev en een paar andere boeken uit die tijd waar ik goede herinneringen aan koester. Was het het enthousiasme van een beginnend lezer voor wie alles nog nieuw was? Of is het iets blijvends wat ik nog steeds zou kunnen ervaren als ik die boeken nu zou herlezen? Ik beschouw mezelf nog altijd als een beginnend lezer, elke keer weer als ik een boek opensla. Of ik de blik van toen zou kunnen terug halen naar nu, dat is waarschijnlijk een illusie, maar ergens in mijn geheugen zijn wellicht nog kruimels uit die tijd te vinden en naar die kruimels ben ik nieuwsgierig. Wie weet, op een dag.

De vogel was zwart en leek een rode kuif te hebben, maar de afstand was te groot om het goed te kunnen zien. Ik bleef staan om te kijken. Speelde de vogel een spelletje met mij? Steeds verdween het achter een boomstronk om dan links, rechts of in het midden koket met zijn kop tevoorschijn te komen. Kiekeboe! Ik verroerde me niet, lachte stil. De vogel vloog naar een boom en de wijze waarop hij nu omhoog hipte en verdween achter de stam deed bij mij de gedachte opkomen dat het een specht zou kunnen zijn. Weer dat spelletje, om de hoek kijken, staat dat dier er nog? Even was ik de vogel kwijt, maar toen ik zag hem lager op de stam zitten en was het alsof hij op deze ontdekking gewacht had om dan ogenblikkelijk weg te vliegen.

Na deze ontmoeting liep ik verder. Ik had het geluk gehad nog geen mens tegen te komen en dat gaf me een tevreden gevoel. Het was een uitzonderlijke mooie wandeling. Bewolkte hemel, geen wind, veel geluiden van vogels waaronder het geroffel van spechten. De akoestiek van het bos gaf de geluiden diepte, maakte er muziek van. Ongekunstelde muziek die klinkt en weer verdwijnt, kortstondige passages in een eeuwigdurende improvisatie.

Bij het kruisen van twee paden zag ik haar lopen. Had zij de afslag genomen, omdat zij mij in de verte had zien aankomen? Zoals ik zelf mensen probeer te ontwijken door snel een ander pad te kiezen? Ik zag haar van mij weg lopen en er was iets in haar tred en haar bewegingen, er was iets in haar verschijning dat klopte. Ik herkende haar zonder te weten wie ze was. Ze had de juiste stilte, ze had de juiste afwezighed. Was ik niet blijven kijken bij de zwarte specht, dan waren we elkaar natuurlijk gepasseerd, dan hadden we elkaar wellicht gegroet, dan hadden onze blikken elkaar gekruist en had ik misschien gedacht: precies de juiste diepte. Maar dat was niet gebeurd. Ik keek haar een tijdje na en hoopte dat ze om zou kijken.

Wat is het allerlaatste dat u zich wil herinneren wanneer u sterft?
Peter Verhelst De kunst van het crashen, 159

Natuurlijk wordt onze persoonlijke geschiedenis (het verhaal dat we zijn) opgebouwd uit wat we ons herinneren, maar misschien is onze meest weerloze persoonlijke geschiedenis opgebouwd uit wat we absoluut wilden vergeten en we ons daardoor des te meer herinneren.
Peter Verhelst De kunst van het crashen, 265

Het gemis verwijst niet naar iets wat verloren werd, maar wel naar een niet te stelpen, ontroostbaar verlangen naar aanwezigheid.
Peter Verhelst De kunst van het crashen, 290

Hoe zul jij klinken in het hoofd van jouw kind?
Cynan Jones Inham, 80

(...) want voor vrienden moet men schrijven, zoals men met hen aan tafel spreekt over de 'diepzinnigste' onderwerpen.
Menno ter Braak Politicus zonder partij, 83-84

Er was een volledige horizon. Een horizon overal om hem heen en geen enkel punt ervan leek dichterbij dan een ander. Het gaf hem een claustrofobisch gevoel. Hij wist niet of hij zich verplaatste – of hij zich voortbewoog. En niet welke kant op als hij het al deed.

Cynan Jones Inham, 32

Wie gaf ons de spons om de hele horizon uit te vegen? (...) Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, alle kanten op? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets?

Friedrich Nietzsche De vrolijke wetenschap §125

Isabel Codrington (1874-1943)
Phoebe

Er zijn veel waarheden – vergelijkbaar met sterren en zonnen die we alleen maar kennen doordat hun licht ons sinds het begin der tijden heeft bereikt. Er zijn veel meer waarheden die we nog niet kennen, die we ons niet eens kunnen voorstellen. En toch is elk ervan waar. Wat we ook denken – stel dat we goed genoeg kunnen denken –, overal zijn er waarheidsclusters die elk miljarden waarheden bevatten. Er zijn miljarden waarheidsclusters. Tussen die waarheidsclusters liggen superholtes, enorme gebieden waar geen waarheden voorkomen.

Soms, heel soms, snijden waarheden elkaar zoals twee rechte lijnen dat doen. Nog zeldzamer is het dat waarheden samenvallen. Veel vaker lopen ze evenwijdig, hebben ze niets met elkaar gemeen, waardoor ze elkaar nooit zullen snijden.

Die sabeltandtijger die zonet naast me stond, die grote kat met zijn machtige schouders en zijn snijtanden als Arabische kromzwaarden behoort niet tot mijn waarheid.

De mens die me daarnet voorbijliep behoort ook niet tot mijn waarheid. Al ijlen we wel onherroepelijk op elkaar af.

Peter Verhelst De kunst van het crashen, 134

Zodra ik alleen ben, stijgt mijn zelfrespect.
Frida Vogels Dagboek 1964-1965, 260

De moed hebben om te leven naar je hoogste standaard lijkt mooi, maar komt in de praktijk neer op zelfbedrog en zelfverraad.
Frida Vogels Dagboek 1964-1965, 313

Ik denk dat wie een boek schrijft dat moet doen met zichzelf als inzet en daarbij tot op het bot moet gaan (...).
Frida Vogels Dagboek 1964-1965, 366

De naakte massa ziet in alles een Bastille.
Elias Canetti Massa en macht, 20

De massa stelt zich niet meer tevreden met mooie voorwaarden en plechtige beloften, ze wil het optimale besef van haar animale kracht en hartstocht zelf beleven en gebruikt voor dit doel altijd weer dat wat haar aan sociale aanleidingen en uitdagingen wordt geboden.
Elias Canetti Massa en macht, 23

Ernst Müller
Gegenlichtaufnahme (1910)

Vom Stundenzeiger des Lebens. – Das Leben besteht aus seltenen einzelnen Momenten von höchster Bedeutsamkeit und unzählig vielen Intervallen, in denen uns besten Falls die Schattenbilder jener Momente umschweben. Die Liebe, der Frühling, jede schöne Melodie, das Gebirge, der Mond, das Meer – Alles redet nur einmal ganz zum Herzen: wenn es überhaupt je ganz zu Worte kommt. Denn viele Menschen haben jene Momente gar nicht und sind selber Intervalle und Pausen in der Symphonie des wirklichen Lebens.

Friedrich Nietzsche Menschliches, Allzumenschliches I und II, 337

Over de uurwijzer van het leven. – Het leven bestaat uit zeldzame, op zichzelf staande momenten van bijzondere betekenis en ontelbaar veel intervallen waarin ons, in het gunstigste geval, de schimmen van die momenten omzweven. De liefde, de lente, elke mooie melodie, de bergen, de maan, de zee – alles spreekt maar één keer helemaal tot het hart: als het al ooit aan het woord komt. Want veel mensen kennen die momenten in het geheel niet en zijn zelf een interval en rust in de symfonie van het werkelijke leven.

Friedrich Nietzsche Menselijk, al te menselijk, 261

Gwen John (1876-1939)
Dorelia by Lamplight (1904)

– Es ist eigenthümlich, wie rege die Phantasie im Traume ist; ich, der ich immer des Nacht<s> Bänder von Gummi om die Füße trage, träumte, daß zwei Schlangen sich um meine Beine schlängelte<n>, sofort greife ich der einen an den Kopf, wache auf und fühle daß ich ein Strumpfband in der Hand habe. –

Friedrich Nietzsche Jugendschriften 1854-1861, 121

Glockenlaute – goldenes Licht durch die Fenster. Traum. Ursache a posteriori hineingedichtet wie bei den Augenempfindungen.

Friedrich Nietzsche Nachgelassene Fragmente 1875-1879, 372

Wer zum Beispiel seine Füsse mit zwei Riemen umgürtet, träumt wohl, dass zwei Schlangen seine Füsse umringeln: diess ist zuerst eine Hypothese, sodann ein Glaube, mit einer begleitenden bildlichen Vorstellung und Ausdichtung: „diese Schlangen müssen die causa jener Empfindung sein, welche ich, der Schlafende, habe“, – so urtheilt der Geist des Schlafenden. Die so erschlossene nächste Vergangenheit wird durch die erregte Phantasie ihm zur Gegenwart. So weiss Jeder aus Erfahrung, wie schnell der Träumende einen starken an ihn dringenden Ton, zum Beispiel Glockenläuten, Kanonschüsse in seinem Traum verflicht, das heisst aus ihm hinterdrein erklärt, so dass er zuerst die veranlassenden Umstände, dann jenen Ton zu erleben meint.

Friedrich Nietzsche Menschliches, Allzumenschliches I und II, 33

Aan de rand van het dorp aarzelde hij. De zuidelijke weg was onverlicht en het zou nog wel even duren voordat de eerste zonnestralen boven de heuvels zichtbaar zouden worden. Was hij te vroeg opgestaan? En dat alleen maar omdat hij in alle rust en stilte wilde vertrekken? Of wilde hij haar ontlopen?

Gisteren was zij voortdurend overal opgedoken. Wanneer hij een plekje had gevonden op het terras om te lezen, bij de avondmaaltijd en toen hij zijn dagboek aan het schrijven was. Zwijgzaam had hij naar haar oninteressante verhalen geluisterd. Over haar moeilijke jeugd, haar mislukte studie en de echtscheiding. Nu was ze op weg naar Santiago di Compostela om te ontdekken wie ze was, om haar geluk te vinden. Hoe vaak had hij niet vergelijkbare redenen gehoord om deze reis te maken? Het leek wel alsof alle pelgrims hun eigen varianten hadden op dezelfde clichés. Maar hij had het geduldig aangehoord, zo nu en dan bemoedigend geknikt en oprecht medeleven geveinsd.

Hij rechtte zijn rug, voelde nog eens of zijn rugzak wel goed op zijn heupen leunde, trok nog wat riempjes aan en waagde het erop. De rugzak voelde zwaarder aan dan gisteren, maar dat kon ook de vermoeidheid zijn. Hopelijk vond hij in het volgende plaatsje een geopende winkel waar hij wat eten kon kopen.

Maar hij was niet enige die in beweging kwam. Ergens ver weg in het landschap starte een motor en flitste een fel licht aan. Een traktor en een combine gingen aan het werk, twee lampen wezen hen de weg.

Jens Juel (1745-1802)
View over the Lesser Belt (ca. 1800)

Misschien kwam het omdat ik ditmaal 's middags was gaan lopen. De winterzon stond al laag aan de hemel, het licht verdween langzaam achter de boomtoppen. Door de gesmolten sneeuw bestonden de paden uit zuigend modder. Ik nam vandaag een andere weg. Ook daar kwam ik geen mens tegen, ik was alleen met een enkele vogel, met de bomen en de struiken, met de gevallen bladeren en naalden op het pad. De gedachte kwam bij mij op: wat nu als ik hier een hartaanval of een beroerte zou krijgen, dat ik hier bewusteloos zou neervallen, sterven wellicht, hoe lang zou het duren voordat ze mij gevonden hebben? Dat de gedachte mij niet verontrustte, kwam niet omdat ik niet gehecht zou zijn aan het leven, integendeel, maar omdat het mij een mooie dood zou lijken, ver van de idiote mensheid, midden in de onverschillige natuur.

Hij had besloten op te staan voordat de anderen wakker zouden worden. Buiten was het donker, binnen werd nog vrolijk gesnurkt. Voorzichtig ritste hij zijn slaapzak open en zwaaide zijn benen buiten boord. Met zijn slaapzak en zijn kleren onder de arm liep hij zo geruisloos mogelijk naar de deur, opende en sloot deze met beleid en haalde weer adem op de gang. Snel trok hij zijn kleren en zijn schoenen aan en bedacht zich dat hij zijn rugzak vergeten was. Ditmaal kraakte de vloer onder zijn schoenen, hij sloop naar het bed en tilde de rugzak over zijn linkerschouder. Toen hij zich omdraaide keek hij in de ogen van de jonge vrouw die gisteravond haar hele leven aan hem verteld had. Hij glimlachte, stak aarzelend zijn hand op bij wijze van groet en fluisterde sorry.

Buiten was het aangenaam fris. De klok op de kerktoren gaf kwart over vier aan, de tijd dat sommige monniken al hun zinloze gebeden zeggen om de wereld te redden. Hij snoof de heldere lucht op, voelde nog eens of zijn rugzak goed zat en begon te lopen.

Mijn boekenverzameling als een wijnkelder. Sommige boeken moeten nog rijpen voordat ik ze wil lezen en dat kan jaren duren. Soms sta ik voor de kast, bestudeer de etiketten en vraag me af voor welke fles de tijd gekomen is. Het voordeel van boeken ten opzichte van wijn is, dat ze nooit op raken. Je kan het boek leegdrinken en het weer in de kelder zetten en de volgende keer is het opnieuw tot de rand toe gevuld. Sommige boeken smaken naar meer, andere bezorgen me een kater. Veel hangt af van de druif die ze geschreven heeft. Maar elk boek weet wanneer de tijd rijp is, dan laat het zich kiezen en de lezer vergist zich zelden. Een goed boek dient zich altijd op het juiste moment aan.

De horizon is niet te zien, het groen van de weilanden gaat over in het grijs van de mist. Een gevoel van grote leegte. Geen vee buiten, ze staan op stal in de boerderijen die hier en daar uit de nevel opdoemen. Kale bomen naast slootjes en vaarten, ineengedoken vogels op een hek. Dat is het wel zo'n beetje, welkom in mijn geboorteland! Wanneer de trein de bebouwde kom binnenschuift, is er tenminste suggestie van leven. Bij het passeren van het poortje is de reis voltooid, ik ben uitgecheckt en ga een verleden tijd en ruimte binnen.