Jan-Willem Lubbers

2026

2131   in den beginne was het woord (24)

solastalgia

'Solastalgia', zo omschreef de filosoof Glenn Albrecht de gevoelens die ontspruiten aan transformaties die een dierbare plek veranderen of onherkenbaar maken. Het is een ervaring die vroeger vooral volkeren in leeggeroofde grondgebieden overviel, maar stilaan universeel wordt. Heimwee die je overvalt wanneer je thuis bent, omschrijft hij het.
Seppe Decubber 'Een stad verliezen' in: DW B 2026/2, 112

11.7.2026

2130   kielzog (12)

Rose Horowitch 'The End of Reading Is Here' in: The Atlantic, july 8, 2026, online

Readers spend more time reading each day than they did two decades ago. They appear to be even more passionate about print than their predecessors. But the people devoted to text, who derive cultural understanding and intellectual connection from the written word, are now part of a subculture. The fact that you are reading this article almost certainly makes you a member of it.

Ik heb weinig herinneringen aan het leren lezen, behalve dan dat ik nog weet dat er een wereld voor mij open ging. Ik kon zelf lezen! en ik wilde het ook. Ik ben mijn moeder nog steeds dankbaar voor het voorlezen, voor het slapen gaan, maar ook in de middagpauzes van de lagere school, dan las ze voor uit de kinderbijbel van Anne de Vries. Prachtige verhalen en ik herinner me nog menige afbeelding uit de kinderbijbel. Maar er kon weinig op tegen de magie van het kunnen lezen, al was het maar het lezen van de ondertiteling op televisie. Ik herinner me de bezoekjes aan de bibliobus die eens in de zoveel tijd in het dorp kwam en waar ik op een gegeven moment met mijn eigen pasje een stapel boeken kon lenen. (Vorig jaar heb ik mijn lidmaatschap van de openbare bibliotheek opgezegd, ik kwam er al jaren niet meer, ik heb mijn eigen bibliotheek, maar het voelde wel vreemd om na een jaar of vijftig iets te beëindigen dat altijd zo vanzelfsprekend was.)

Boeken en lezen, het is altijd aanwezig geweest in mijn bewuste leven en alleen muziek heeft voor enige tijd deze hobby op de tweede plek gezet. Soms denk ik wel eens dat lezen onbewust verbonden is geraakt met de intimiteit van het voorlezen van mijn moeder, de enige intimiteit die ik me met haar herinner. Dat lezen mij een gevoel van veiligheid en geborgenheid geeft en dat kasten vol met boeken tegen de muur geplaatst mij psychologisch afschermt voor de grote boze buitenwereld. Wie zal het zeggen.

Ik heb mijn oudste zoon veel voorgelezen, zelfs tot aan de middelbare school. Het laatste wat ik hem voorlas was In de ban van de ring van Tolkien en hij werd er zo door geboeid dat hij het zelf opnieuw ging lezen en het was spannend of ik met voorlezen eerder het boek uit zou hebben dan hij met het zelf lezen. Mijn jongste kinderen heb ik veel minder voorgelezen, mede door de perikelen van de echtscheiding. Maar ik herinner me dat het altijd intieme momenten waren als je kleine kinderen zich luisterend tegen je aanvlijen om de eventuele plaatjes in het boek te kunnen zien. Misschien is het één van de redenen dat ik liever een papieren boek lees dan een digitaal boek, omdat ik zonder een papieren boek de intimiteit van het lezen niet ervaar.

Of lezen belangrijk is en of er iets verloren gaat wanneer steeds minder mensen de vaardigheid van het begrijpend lezen beheersen, dat laat ik aan onderzoekers over. Ik kan me er iets bij voorstellen, al weet ik ook dat algemene geletterdheid uniek is (of was) in de geschiedenis van de mensheid. Ging het beter met de wereld toen geletterdheid minder uniek was? Zal de wereld wezenlijk veranderen als mensen minder lezen? Lezen heeft ongetwijfeld positieve effecten, maar of een lezer van boeken, kranten en tijdschriften een beter, ethisch mens wordt is nog maar de vraag. Ik vind mezelf in ieder geval geen beter of waardevoller mens omdat ik een lezer ben.

Voor mij is lezen belangrijk, maar ik hoed mij ervoor te roepen dat iedereen meer moet lezen. Ik wil niet de liefhebber van sport zijn die vindt dat te weinig mensen sporten. Of de liefhebber van gezond eten die vindt dat mensen te ongezond eten. Of iemand die vindt dat we meer musea moeten bezoeken, en concerten, en films en meer de natuur in en en ... vul maar aan, iedereen vindt zijn eigen hobby of vakgebied zo belangrijk dat de rest van de wereld daarin altijd tekortschiet. Dat ik met mijn leeshobby nu wellicht tot een subcultuur behoor, het zij zo. Dat ik me soms een archivaris voel van iets dat verloren dreigt te gaan, het is niet anders. Ik sluit niet uit dat er ooit een tegenbeweging komt, een groep mensen die de digitale, virtuele wereld zat is en weer terug wil naar wat verloren is gegaan. Of het de mensheid zal redden? Ik vrees van niet.

10.7.2026

2129   kielzog (11)

Carlo Rovelli "There Is No 'Hard Problem Of Consciousness'" in: Noema Magazine, May 7, 2026, online

The idea that we will never be able to understand consciousness upholds a worldview in which spirit and nature, subject and object, form distinct domains. Accepting that consciousness may not be separate from the physical world – that our beloved soul could be of the same nature as our body and any other phenomenon of the world – is too much for many.

Ik weet het niet, zeg ik vaak als het onderwerp op het al of niet bestaan van een ziel komt. Meestal voeg ik eraan toe dat ik zelfs niet weet wat die 'ik' is die ik nu al een paar keer gebruikt heb. Die 'ik' waarvan ik vermoed dat ik dat ben is waarschijnlijk een constructie van mijn hersenen, een emergent verschijnsel dat eenheid moet geven aan mijn bewustzijn. Ik weet niet of dit waar is, maar soms lees ik teksten van onderzoekers die hiermee bezig zijn en dan vind ik hun voorlopige conclusies minstens zo mogelijk, zo niet veel overtuigender dan dat ik een ziel ben dat mijn lichaam verlaat wanneer mijn lichaam ermee ophoudt.

In gesprekken hierover word ik vaak geconfronteerd met verhalen over bijna dood ervaringen, mensen die uit hun lichaam kunnen treden, spookverhalen van dolende zielen in oude huizen, zielen die rust zoeken. Hoe weten we zeker dat onze hersenen ons niet voor het lapje houden, vraag ik me af. Gelukkig geloven steeds minder mensen dat we een ziel hebben die gered moet worden van zonden zodat we in een hemel komen, die monotheïstische onzin komt gelukkig steeds minder vaak voor.

Daarnaast zijn er veel mensen die best willen aannemen dat de wetenschap veel verschijnselen terecht ontmaskert hebben. Nee, donder en bliksem worden niet meer veroorzaakt door een god met een hamer. Maar het idee dat we een lichaam zijn van vlees en bloed en dat het gevoel een ziel te hebben daar niet los van staat en dus verdwijnt zodra het lichaam er definitief mee ophoudt, dat idee vinden veel mensen nog steeds moeilijk te accepteren. Liever spreekt men dan nog van familie die op een wolkje toekijkt of wij wel goed leven. Of we vertellen aan onze kinderen dat oma nu een ster is aan de hemel. Begrijp me niet verkeerd, ik vind deze verbeelding mooi en soms ook zinvol, zolang we ons maar realiseren dat het verzinsels zijn. Zoals de meeste literatuur ook verzonnen is en mooie verhalen oplevert en we tijdens het lezen mogen denken dat het echt is, maar zodra het boek gesloten is, weten we net zo goed, dat het niet echt was. Soms vrees ik dat veel mensen dit vermogen om tot de realiteit terug te keren aan het verliezen zijn en graag door middel van allerlei desinformatie op internet hun eigen werkelijkheid creëren en daar verregaande consequenties uit trekken. Met alle gevolgen van dien.

Soms is het ook een taaldingetje. Zo gaat voor velen de zon nog steeds op en onder ook al weten we dat het ons plekje op de planeet is die naar de zon toe of weg draait. Onlangs zei een klant aan de kassa dat het jammer was dat de zon niet scheen al wist zij natuurlijk best dat die zon wel scheen, maar alleen even wat minder zichtbaar was. Misschien is het gebruik van taal wat traag in het aanpassen aan datgene wat we weten. Taal is nu eenmaal zeer onbetrouwbaar, eerder een handige, maar ook complexe manier van communiceren. Maar ik krijg nooit de indruk dat taal altijd volledig dekt wat er gecommuniceerd wil worden. Al was het maar omdat het niet voor iedereen eenduidig is. Al was het maar omdat niet iedereen even talig is (en ik krijg de indruk dat de taligheid aan het afnemen is). Je zou zelfs kunnen zeggen dat sommige woorden als het ware conceptueel onbekend zijn. Woorden waarvan iedereen een beeld heeft en denkt te weten wat het betekent, maar waar iedereen ook een andere invulling aan geeft. Liefde, vriendschap, goed en kwaad, en ook het woord ziel.

Ik denk dat ons gevoel een ziel te hebben niet los staat van de onmogelijkheid ons voor te stellen dat we er op een dag niet meer zijn en dat we dat dan niet eens weten. Dat wat een ik creëerde bestaat dan niet meer en het ik is uitgedoofd als een kaars. En waar veel mensen denken en hopen dat de laatste rook van de kaars een ziel is die het lichaam verlaat, daar vermoed ik dat het het vasthouden is aan de gedachte dat we er toch niet zomaar ineens niet kunnen zijn. Op de vraag 'wat denk jij dat er is na de de dood' antwoord ik 'hetzelfde als voor mijn geboorte'.

Mijn overlevingsdrift vindt het onverdraagzaam te weten dat ik ooit zal eindigen te bestaan, dat ik geen weet zal hebben van het voortbestaan van alles dat me dierbaar is, maar de gedachte dat alles eindigt met de dood lijkt me aangenamer dan dat er na mijn dood een instantie zal zijn die oordeelt over mijn leven en bepaalt over hemel en hel en dat ik bij leven en welzijn me daarover al druk zou moeten maken. Dan liever:

Eens op een dag droomde ik, Zhuang Zhou, dat ik een vlinder was, een vlinder die fladderend rondvloog, tevreden met zichzelf, en zich niet bewust dat hij mij was. Plotseling werd ik wakker en begon ik me er rekenschap van te geven dat ik nog altijd Zhou was. Nu is de vraag of ik Zhou ben die droomde dat hij een vlinder was, ofwel een vlinder die droomde dat hij mij was. Toch bestaat er noodzakelijkerwijs een verschil tussen mij en die vlinder. Dat noemen we dan maar de verandering der dingen.
Zhuang Zi De volledige geschriften, 71

8.7.2026

2128   in den beginne was het woord (23)

hedofascisme

Zelf heb ik deze politiek eerder begrepen onder de naam 'hedofascisme', de hedendaagse manifestatie van het fascisme die primair gedreven wordt door een aanspraak op, uiting van en een verlangen naar genot. Hedofascisme wil het bestaande genot, gebaseerd op consumptie, extractie en machtshiërarchie (tussen klassen, genders en rassen) koste wat kost behouden en is bereid het desnoods met geweld te verdedigen. Daarnaast kenmerkt het hedofascisme zich door een groot genot in de eigen wreedheid, het zich verkneukelen in de onderwerping of vernedering van de ander.
Thijs Lijster 'Weg met de waarheid' in: De Groene Amsterdammer 2026/23, 45

10.6.2026

2127   zonder context (144)

Rijke verhalen, verhalen die ruimte scheppen, leggen niet uit.
Hannah Roels 'Opnieuw' in: DW B 2026/1, 86

een gedicht hoeft de wereld niet te redden
het moet alleen het feit dat het dat wenst
verenigen met het feit dat het dat niet kan
Amina Elmi 'Barbaar [voorwerp van stilte]' in: Terras 28, 14

Je mag lachen als je je op de bodem van een vat bevindt met zicht op de hemel en weet dat je nooit antwoord zult vinden op de vraag waarom je daar bent beland.
Solvej Balle De berekening van ruimte II, 320

Zij die weinig schenken maar veel verwachten verzamelen bitterheid en zullen slechts problemen ontmoeten.
Wen-Tzu Verdere lessen van Lao-tzu, 50

но скажи, zeg eens: wat verandert de wind / in beweging?
Yevgeniy Breyger 'Aprillen' in: Terras 28, 141

Ik wil niet beweren dat we zonder meer een hekel hebben aan al wat blinkt, maar we verkiezen diepe schemer boven oppervlakkige schittering.
Junichirō Tanizaki Lofzang op de schaduw, 22

Ik spreek alsof ik mezelf ben.
Peter Streckfus 'Netherlands' in: Terras 28, 161

22.5.2026

2126   kassa (4): de klant met een luide stem

Hij is klein maar kan flink geluid maken. Ietwat onverzorgd, eeuwige pet op het hoofd, wilde baardharen en snor, en grijs borsthaar dat graag wil ontsnappen. Deze klant komt altijd 's ochtends. Eerst met een bon om het statiegeld te innen, dan loopt hij de winkel in en binnen vijf minuten staat hij met een blikje bier aan de kassa. Ik heb hem maar verteld dat hij ook met de bon mag betalen, dat hij niet eerst het geld hoeft op te halen. Hij keek me niet begrijpend aan met zijn grote hondenogen, maar sinds mijn uitleg doet hij dat braaf. Maar het is vooral zijn veel te luide stem die irriteert en tegelijkertijd ook iets aandoenlijks heeft en vooral als hij alleen aan de kassa staat, spreekt hij alsof ik een hardhorende opa ben. Bij het betalen van het restbedrag legt hij het kleingeld neer en buldert 'ik betaal met kleingeld, dat is fijn hè, dat is fijn hè voor jullie, dat ik met kleingeld betaal, fijn hè, voor jullie'. Meestal fluister ik dan ter compensatie 'dank u wel, dat is zeker fijn, voor ons', geef hem de kassabon en wens hem een mooie dag toe. Maar in de uren daarna hoor ik nog geregeld in gedachten 'dat is fijn hè, voor jullie, fijn hè!' en moet ik onwillekeurig glimlachen.

7.5.2026

2125   kassa (3): de klant met een benadelingsroes

Er zijn klanten die als het ware opschrikken uit hun gedachten als ze aan de beurt zijn. Zij groeten niet, zij vragen meteen of ik de bonuskaart van de winkel wil scannen. Vaak hebben ze er geen, maar de bonuskaart die waarschijnlijk niet bestaat ligt dan in de auto of in een andere tas of de partner heeft het in de portemonnee. Ik ga niet op de reden in (al adviseer ik soms glimlachend de volgende keer de auto dan maar mee naar binnen te nemen) en begin met een groet die onbeantwoord blijft, voer de code van de bonuskaart in en begin met het scannen van de boodschappen. De klant in kwestie gaat dan met de armen over elkaar stuurs naar het scherm schuin achter mij kijken waar de gescande boodschappen één voor één verschijnen. 'Dat is toch in de bonus?' is de vraag waar je op kunt wachten. Ik weet dat de kassa maar heel zelden een fout maakt en dat klanten de aanbiedingen graag naar hun wensen vertalen, waarbij de achterdocht dat wij ze natuurlijk altijd belazeren de onuitgesproken gedachte is. Ik speel de vleesgeworden onwetendheid, ik weet niet alle aanbiedingen uit mijn hoofd. 'Misschien was het één plus één gratis of iets dergelijks?' probeer ik voorzichtig, ook al bedoel ik 'heeft u eigenlijk wel goed gelezen?' Als de klant volhardt geef ik haar – inderdaad, het is bijna altijd een vrouw en bijna altijd van middelbare leeftijd of ouder en het is me werkelijk een raadsel wat er met sommige vrouwen boven een bepaalde leeftijd gebeurt – de keus om het product terug te geven of met de bon nog even bij de servicebalie naar de vermeende aanbieding te vragen. 'Ik kan het nu niet voor u veranderen,' voeg ik er zo neutraal mogelijk aan toe. Schoorvoetend maakt de klant dan een keus, grist na het afrekenen de bon uit mijn handen en beent weg, achtervolgt door mijn o zo welgemeende en blijmoedige 'en nog een prettige dag verder!'

7.5.2026

2124

Je kunt het voelen in de straten. Een leegte. Alsof er iets verdwenen is. Ik merk het aan de steentjes van de rue Desterres en als ik haastig de rue Almageste oversteek. Een verdichting die is verdampt. Er zijn minder details nu. Het voelt concreet, bijna fysiek, alsof het verkeer uitgedund is, of de voetgangers verdwenen zijn, alsof het licht en de geluiden veranderd zijn, als de afstand tussen de huizen groter is geworden, de straten breder zijn geworden, maar ik weet best dat er niets is veranderd, er zijn nog steeds mensen en er is nog steeds verkeer, de geluiden zijn niet veranderd en het licht is ook niet veranderd. Het zit in mezelf, ik heb hier niets meer te zoeken, dat is het. Ik loop door dezelfde straten, maar ik word gedreven door de macht der gewoonte, meer niet. Ik was hier altijd met een goede reden, maar nu voel ik me overbodig. Ik loop door de stad en ik heb geen ander doel dan van de ene dag in de andere te komen. Ik ben gewoon een mens die door de straten cirkelt, misschien niet eens een mens, misschien eerder een dier, geen roofdier, geen prooidier, geen dier dat honger heeft of verzadigd is, gewoon een wezen dat langs de huizen trekt.

Solvej Balle De berekening van ruimte II, 11-12

3.5.2026

2123

Muziek is meer dan alleen noten spelen. Schaken is meer dan alleen zetten doen. Maar poëzie, is dat meer dan alleen woorden lezen? Of woorden uitspreken? Dan schiet ik schromelijk te kort, ik begrijp niets van poëzie. Het heeft weliswaar het ritme van muziek, het kan een structuur van een schaakpartij hebben, het licht op vanuit het wit en de stilte, klanken kunnen rijmen, maar waar ik bij muziek enig idee heb hoe ik van noten muziek kan maken (al kunnen anderen dat veel beter) en ik bij schaken enig idee heb van positie, tactiek en structuren (al kunnen anderen dat veel beter), daar blijft poëzie voor mij een raadsel. Ik heb werkelijk geen idee en ik leg vaak mismoedig een bundel gedichten aan de kant. Schijnbaar heb ik geen antenne voor poëzie, ik ontvang het niet, het blijft ruis. Of lees ik het verkeerd, zoek ik teveel naar betekenis, naar een zender. Of geloof ik eenvoudigweg niet in de wereld waar poëzie naar zou verwijzen, een talige wereld waar woorden op een andere manier (niet) werken. Of lees ik de verkeerde poëzie. Misschien ben ik niet gevoelig genoeg voor abstractie en wil ik poëzie die figuratief is, die een wereld creëert die voor mij herkenbaar en invoelbaar is. Nee, poëzie blijft voor mij raadselachtig en ik blijf het proberen in de hoop dat het muntje eens valt. Of juist niet, want wellicht is dat raadselachtige voor mij juist de aantrekkingskracht van poëzie.

29.4.2026

2122

Ik vraag me wel af of dat continue van de tijd zo pijnlijk is als het op het eerste gezicht lijkt. Kunnen we het omdraaien? Kan het net geruststellend werken ons deel te voelen uitmaken van iets wat constant verder stroomt? Iets wat geen begin of einde heeft en dus nooit afgewerkt raakt? Ik weet het niet zeker maar heb de indruk dat hier een gemoedsrust schuilt. Schrijver en filosoof Miriam Rasch stelt dat we beter over ons leven nadenken in termen van oefening in plaats van project. Een project is iets dat per definitie begint en eindigt. Maar een oefening gaat gewoon verder, dus mogen er fouten gemaakt worden, het belangrijkste is om de volgende dag de draad weer op te nemen. Dit haalt verdomd veel druk van de ketel. Het bespaart ook nieuwe Moleskines.

Hannah Roels 'Opnieuw' in: DW B 2026/1, 87

25.4.2026

2121   in den beginne was het woord (22)

terugkrabbelmentaliteit

Gornick noemt het haar 'terugkrabbelmentaliteit', het is een onbewuste strategie om op afstand te blijven.
Hannah Roels 'Opnieuw' in: DW B 2026/1, 85-86

25.4.2026

2120   over stilte

We work with being,
but non-being is what we use.
Stephen Mitchell tao te ching §11

Iedereen die verhuisd doet het. Men kijkt rond in een lege kamer op het nieuwe adres en probeert te bedenken waar de meubels komen. Wellicht worden de muren en het plafond eerst gesausd of behangen en krijgt de vloer een nieuwe bedekking, maar daarna worden toch de meubels geplaatst. De verdwenen ruimte is er nog wel – wanneer alles wordt weggenomen, komt de ruimte weer te voorschijn –, maar is in gebruik genomen om in te leven.

Op een vergelijkbare manier denk ik over stilte. Men kan de stilte opvullen met muziek, met gesprekken, met apparaten, maar de stilte is nooit weg, het is er altijd nog, op de achtergrond. Waar men in een kamer in gedachten de ruimte nog zou kunnen zien, zo zou men ondanks het geluid de stilte nog kunnen vermoeden. De stilte is afwezig door de geluiden, maar ook nog aanwezig, op de achtergrond, als decor, als mogelijkheid. Alsof stilte de blue screen is van de werkelijkheid waarbinnen het geluid klinkt. Stilte omvat. Soms wanneer de indrukken van de wereld me teveel worden, richt ik me op de mogelijkheid dat deze stilte er nog is, ik hoef het alleen maar te willen horen, want ja, stilte kun je horen. Dan leef ik niet in stilte, maar met stilte. Stilte is een altijd aanwezige achtergrondruis.

Ruimte en stilte. Afwezig maar toch aanwezig als mogelijkheid. Soms denk ik dat het iets te maken heeft met wat taoïsten Tao noemen. Hoe we de wereld ook inrichten en verstoren, op de achtergrond is er iets dat onverstoorbaar blijft. De kunst is om deze blue screen, deze heldere hemel, niet in te vullen met meubels of geluid. Niet met een godheid of goden of ander spiritueel geneuzel, niet met een moreel of ethisch kader die bepaald hoe we zouden moeten leven – of we zondig of schuldig zijn, of we gelijk hebben of niet –, maar eerder met een prettige, geruststellende gedachte aan ruimte en stilte. Wat een illusie is zo u wilt. De kunst is om te leven met afwezigheid en met de mogelijkheid dat er achter iets een niets is dat toch ook iets is.

13.4.2026

2119   zonder context (143)

De tijd is voor mij niet zozeer een nette lijn, maar meer een kronkel die ik af en toe tegenkom.
Jan Wester 'De antwoorden' in: De Gids 2025/6, 61

Je bent meer dan wat je doet; / je bent de sporen die je nalaat in anderen.
Frank 'Bijna weg' in: De Gids 2025/6, 67

Wat ik uiteindelijk wil is het geluid van stilte vangen.
Marcelle Verberne 'De vrouw die Japans wilde leren' in: De Gids 2025/6, 69

Zij omgeeft ons van alle kanten, zij is de grondslag van ons verborgen leven, en zoodra een onzer met bevende handen aan ééne der poorten van dit onderaardsche rijk aanklopt, dan is het altijd dezelfde waakzame stilte, die de deur opent.
Maurice Maeterlinck Stilte, 8

Deze tegenstrijdigheid tussen ideologie en werkelijkheid is iets waar velen van mijn generatie mee worstelen: het constante conflict tussen het willen uitoefenen van kritiek op een kapitalistisch systeem, maar het tegelijkertijd in stand houden.
Clara Pietrek 'Het Rooneyfenomeen' in: de Nederlandse Boekengids 2026/1, 45

Ik leef in een tijd die de wereld opvreet.
Solvej Balle Over de berekening van ruimte I, 128

En verschilt wat dichters doen eigenlijk wel wezenlijk van het gekwinkeleer der vogelen des hemels?
Piet Gerbrandy 'De ene na de andere' in: De Gids 2026/1, 39

29.3.2026

2118   honderd woorden (46)

Naarmate ik ouder word veroorzaakt muziek vaker een pijnlijke vorm van melancholie, vooral door muziek waar ik in mijn studententijd veel naar luisterde. Sommige muziek brengt me terug naar een tijd die ik mis, een tijd waarin alles nog mogelijk leek. Niet dat ik die tijd idealiseer, het was ook een tijd van falen, teleurstellingen en wanhoop. Misschien is het het verlangen naar een voorjaar, de tijd waarin alles als nieuw tevoorschijn komt. En alhoewel ik hartgrondig houd van de herfst, kan ik soms verlangen naar het voorjaar, al weet ik dat deze tijd van mijn leven voorgoed voorbij is.

26.3.2026

2117

Ik kijk vanachter mijn bureau naar buiten, naar het bos en bedenk dat ik dat in Bosch en Duin ook vaak deed, alleen nu is het raam groter.

25.3.2026

2116   de eeuwige terugkeer (22)

[ eerdere afleveringen zijn hier te lezen ]

Wanneer Friedrich Nietzsche begin februari 1880 per trein naar het zuiden reist, wellicht om zijn vriend Heinrich Köselitz te verrassen in Venetië, krijgt hij zoveel last van hoofdpijnen dat hij noodgedwongen in Bozen (het huidige Bolzano) moet uitstappen. In Bozen 2 Tage krank gelegen, schrijft hij een paar dagen later aan zijn zus Elisabeth (1). Uiteindelijk arriveert hij 13 februari in Riva del Garda waar hij zijn intrek neemt in het Hôtel Du Lac (2). Ich wohne in einem immergrünen Garten, der an den See stösst, abseits von der Stadt, schrijft hij in dezelfde brief aan zijn zus. Vier weken duurt zijn verblijf daar en hij zou daar zijn eerste aantekeningen maken voor een boek dat in 1881 onder de naam Morgenröthe zal verschijnen.

Het is de vraag of Nietzsche dat boek al in gedachten had. Menschliches, Allzumenschliches werd steeds met nieuwe delen aangevuld en het is goed mogelijk dat Nietzsche aanvankelijk aan een nieuw deel van dat boek dacht. Morgenröthe is niet zijn bekendste boek. Toch, als je Menschliches, Allzumenschliches leest als een afscheid van zijn oude leven met onder anderen Richard Wagner en zijn vrouw Cosima en de filosofie van Arthur Schopenhauer en daarnaast het vinden van zijn eigen stem, dan zou je Morgenröthe kunnen zien als het eerste boek waarin zijn stem gevormd is. Nietzsche had aanvankelijk een andere titel in gedachten, Der Pflugschar, maar het uiteindelijke Morgenröthe is een veel toepasselijker en symbolischer titel. Deze titel kwam overigens pas op het laatste moment, tijdens het corrigeren van de drukproeven.

Ik heb het plan opgevat om parallel aan het volgen van Nietzsches leven nu ook langzaam maar zeker Morgenröthe te gaan lezen en de eventueel opkomende gedachten en ervaringen te integreren in deze reeks. Het is voor mij een experiment, ik weet niet of het gaat werken, laat staan of het wat zal opleveren. De trouwe lezer van deze reeks komt daar vanzelf achter. Ik heb het 'Project Morgenrood' gedoopt. Het zal een project van zeer lange adem worden.

Na aankomst stuurt Nietzsche een telegram aan Köselitz dat hij in Riva verblijft. Op 16 februari stuurt hij een ansichtkaart aan Köselitz om aan te geven dat 13 maart naar Venetië komt en vraagt Können Sie hierher kommen? Oder wollen wir warten? (3). Köselitz arriveert een week later op 23 februari in Riva. Ondertussen zal Nietzsche ongetwijfeld veel gewandeld hebben, aan zijn moeder schreef hij nog Der Felsenweg entspricht meiner Erwartung (4).

Wie was deze trouwe vriend Heinrich Köselitz die zoveel voor Nietzsche persoonlijk, maar vooral ook voor zijn werk betekent heeft? Soms wordt hij wel eens de secretaris van Nietzsche genoemd.

Heinrich Köselitz (1854-1918) was componist en wie zijn naam opzoekt in The New Grove Dictionary of Music and Musicians (editie 1980) komt tot de eigenaardige ontdekking dat het lemma 'Köselitz, Johann Heinrich' doorverwijst naar Peter Gast, Köselitz staat vermeld onder de bijnaam die Nietzsche hem gegeven heeft. Hij werd geboren in een rijke middenklasse familie in Annaberg (Saksen) en alhoewel hij voorbestemd was om in de handel te gaan, mocht hij toch naar het conservatorium in Leipzig om compositie en filosofie te studeren in een tijd waarin Arthur Schopenhauer en Richard Wagner grote namen waren geworden. Een studiegenoot, Paul Widemann, attendeerde hem op een boek van een vriend van Richard Wagner, Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik van Friedrich Nietzsche, een boek vol Schopenhauer en Wagner. Widemann en Köselitz zijn zo onder de indruk van het boek dat ze besluiten om hun studie voort te zetten in Bazel waar Nietzsche hoogleraar filologie was en waar bovendien Jacob Burckhardt filosofie en cultuurgeschiedenis en Franz Overbeck theologie gaf. Franz Overbeck zou één van de trouwste vrienden van Nietzsche worden. Al snel ontstaat er een band tussen Köselitz en Nietzsche. Ze wandelen samen, Köselitz bezoekt Nietzsche 's avonds, leest hem voor zodat Nietzsche zijn slechte ogen kan sparen en het is Köselitz die hem stimuleert Richard Wagner in Bayreuth, het vierde deel van de Unzeitgemäße Betrachtungen af te maken en het als geschenk aan Wagner te sturen. Köselitz biedt aan om een afschrift te maken, maar in plaats van naar Wagner wordt het uiteindelijk naar de uitgever gestuurd. Het is vanaf deze tijd dat Köselitz betrokken raakt bij de drukproeven van Nietzsche, ze corrigeert, meeleest, suggesties doet en soms eigen visies invlecht. Naast zijn zuster Elisabeth is het Heinrich Köselitz die het dichtste bij leven en werk van Nietzsche betrokken was en al waren ze vrienden met een leeftijdsverschil van maar negen jaar, toch bleef de relatie een element houden van docent en student, het bleef altijd Sie en werd nooit du.

Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat ik als tiener eveneens kennis maakte met het werk van Nietzsche via Wagner. Ik was idolaat van Richard Wagner en zijn muziek en ik wilde ook alles weten van de mensen met wie Wagner omging of voor wie hij bewondering had. Zo probeerde ik, vruchteloos, het werk van Schopenhauer te lezen en verdiepte ik me later in het werk van Nietzsche. Aanvankelijk wilde ik niet veel van Nietzsche weten, want had hij niet gebroken met Wagner en zeer onaardige dingen over mijn idool geschreven? Pas in mijn studiejaren ontdekte ik dat het juist Wagner was die een schaduw over Nietzsche wierp en hem gebruikte als huisfilosoof ter meerdere glorie van zijn muziek. Alles moest bij Wagner in dienst staan van zijn kunst en van de mensen om hem heen verlangde hij – ik zou bijna schrijven: een trumpiaanse – volgzaamheid en trouw. Om zijn eigen weg te kunnen gaan moest Nietzsche zich wel losmaken. Ondertussen lees ik nog steeds het werk van Nietzsche, de muziek van Wagner beluister ik nog maar heel zelden.


(1) KSB 6, nr. 6, blz. 8
(2) Hôtel Du Lac in Riva del Garda (1889)
(3) KSB 6, nr. 9, blz. 9
(4) KSB 6, nr. 7, blz. 8

22.3.2026

2115

Het vreemde ogenblik waarop de vaste grond onder je voeten verdwijnt en de wereld niet langer voorspelbaar lijkt, alsof er plotseling existentiële alarmbellen afgaan, er een stille paniek uitbreekt die je noch doet vluchten noch om hulp doet roepen en waarvoor geen ambulance hoeft uit te rukken. Het is alsof dit alarm ergens in het bewustzijn sluimert, bijna als een grondtoon die je in het dagelijks leven niet hoort, maar pas afgaat op het ogenblik dat de onberekenbaarheid van de wereld tot je doordringt, een besef dat alles in een oogwenk kan veranderen, dat wat niet kan gebeuren, wat we absoluut niet verwachten, toch een mogelijkheid is. Dat de tijd stil blijft staan. Dat de zwaartekracht wordt opgeheven. Dat de logica van de wereld en de natuurwetten niet langer gelden. Dat we onder ogen moeten zien dat onze verwachting ten aanzien van de bestendigheid van de wereld op een onzeker fundament berust. Er zijn geen garanties, en achter alles wat we dagelijks beschouwen als iets vanzelfsprekends, gaan onwaarschijnlijke uitzonderingen, plotselinge breuken en ondenkbare afwijkingen van wetmatigheden schuil.

Solvej Balle Over de berekening van ruimte I, 40-41

20.3.2026

2114   kassa (2): de man met dimensies

„Goedemiddag,” zei ik tegen de volgende klant. Hij lachte. „Het is nog ochtend hoor,” zei hij. Ik realiseerde me mijn vergissing. „Ach,” ging ik verder terwijl ik zijn boodschappen scande, „waarom kunnen we de dagdelen niet eens in een andere volgorde doen? Dat de nacht na de ochtend komt en dan de avond voor de middag. Of een keer twee ochtenden op een dag, dat lijkt me ook verfrissend.” „Nou,” antwoordde hij, „alle tijden vinden tegelijkertijd plaats, elk moment bestaat uit verschillende dimensies. Er is het nu, de toekomst en het verleden, maar die bestaan allemaal in hetzelfde moment. Het nu is een soort lift waarmee je naar andere dimensies kunt gaan.” Ik had alweer spijt van mijn grappig bedoelde opmerkingen en toen alles gescand was, drukte ik op subtotaal en noemde het bedrag als signaal dat hij kon afrekenen. Maar hij ging nog even verder terwijl hij de boodschappen in de tassen deed. „Je hebt healers die dan als het ware met die lift naar een andere tijd gaan om te kijken waar je medische problemen begonnen zijn. Ze kunnen dan of iets in het verleden veranderen of beter in het nu de juiste behandeling geven.” Niet op ingaan, niet op ingaan, herhaalde ik in gedachten, gewoon laten, je hebt vroeger ook in vergelijkbare onzin geloofd. Toen hij merkte dat ik niet van plan was om te reageren toonde hij zijn pinpas en drukte ik op PIN. Na het bevrijdende piepje dat er betaald was, gaf ik hem de bon en wenste hem een mooie dag toe. Hij keek me aan en wenste me ook een mooie dag. „Sorry, dat ik je daarmee lastig viel,” verontschuldigde hij zich onnodig, draaide zich om en liep naar de uitgang, waarna hij, zo stelde ik me voor, zou verdwijnen in een andere dimensie.

19.3.2026

2113   in den beginne was het woord (21)

ecosocialisme

De ware oplossing zit volgens Hanieh in een totale systeemverandering: van kapitalisme naar ecosocialisme, waarbij zowel energie als technologie democratisch wordt beheerd.
Joke Korteweg 'Van land naar zee' in: de Nederlandse Boekengids 2026/1, 14

1.3.2026

2112

En opnieuw duikt die gedachte op, dat de stilte er altijd onder heeft geschuild, onder alles, onder het huis, de kinderen, al die jaren met bewegingen en onrust. Dat het gewoon naar de oppervlakte is gestegen, omhooggestuwd door externe veranderingen. Zoals een stenen plaat naar boven wordt geduwd door de vorst, door veranderingen in de aarde, en geleidelijk aan tevoorschijn komt in de lente. En dat is wat me echt bang maakt. Dat die stilte iets anders zou kunnen betekenen. Zinloosheid misschien.
Merethe Lindstrøm Dagen in de geschiedenis van stilte, 150-151

25.2.2026

2111   honderd woorden (45)

Probeert u het zich eens voor te stellen, dat als alle lawaai van het consumentisme tot zwijgen zou worden gebracht - met name de reclame waarin ons voortdurend wordt verteld wat we nodig hebben om gelukkig te zijn, hetgeen maar al te vaak datgene is wat we juist niet nodig hebben - en we ons niet meer tot consument zouden laten maken, probeert u zich eens voor te stellen wat er dan nog rest. Een oorverdovende stilte? Zou er een immense rust over onze samenleving neerdalen? Zouden we elkaar dan weer zien en verstaan? Rest er dan niet eenvoudigweg het leven zelf?

19.2.2026

2110   in den beginne was het woord (20)

fluvicide

Nog altijd worden wereldwijd rivieren aangetast door de aanleg van stuwen, dammen, bochtafsnijdingen en andere waterwerken, en door lozing van industrieel afval of uitspoeling van kunstmest en landbouwgif. Dat alles zorgt ervoor dat de rivier en het leven erin sterven. Macfarlane munt daarom de term fluvicide.
Jelle Reumer 'Rivieren vertellen verhalen' in: de Nederlandse Boekengids 2026/1, 14

16.2.2026

2109   zonder context (142)

Door mijn hoofd speelde een Spaanse pelgrimspalindroom met een ritme waaraan mijn tempo zich aanpaste: 'La ruta nos aportó otro paso natural' – 'Het pad brengt ons de volgende natuurlijke stap'.
Robert Macfarlane De oude wegen, 281

Ook woorden / werpen schaduwen.
Arnoud van Adrichem 'Assassin's Creed Mirage' in: DW B 2025/4, 46

In elke gepassioneerde liefde zit iets, zegt Coetzee, dat duister blijft voor degene die liefheeft.
Arnon Grunberg 'De schrijver en de dood' in: De Groene Amsterdammer 2026/3, 63

Bovendien zal de lezer slechts datgene van zijn geschriften begrijpen wat hij zelf reeds 'beleefd', ondervonden, meegemaakt heeft 'Tenslotte kan niemand méér uit de dingen halen, boeken inbegrepen, dan hij al weet.'
Erik Oger Als in een honderdvoudige spiegel, 254

Met zijn filoofie wil Nietzsche echter de zintuigen en het lichaam, de vreugde en het genot, maar ook het lijden, de smart en de dood trouw blijven, want ook deze laatsten maken onafscheidelijk deel uit van het leven.
Erik Oger Als in een honderdvoudige spiegel, 295

Illusies brengen rust.
Erik Oger Als in een honderdvoudige spiegel, 387

ik pas in de wereld / de wereld niet in mij
Jet Sterkman 'Sterfgebed' in: De Gids 2025/6, 54

2.2.2026

2108

De gedachte komt; en ze komt niet wanneer de denker dat wenst of verordent, want meestal laat ze dan verstek gaan. Ze komt slechts wanneer zij dat beslist. Ze neemt zelf het initiatief. Ze is een force majeure; en in dergelijke processen is de denker niet veel meer dan een speelbal van krachten die hem te boven gaan. Hij vat het denken niet meer als de vrije, autonome activiteit van een zichzelf beheersend subject op. Met een dergelijk uitgangspunt van de cartesiaanse subjectiviteitsfilosofie heeft hij eens en voor altijd gebroken. Niet ik ben het die denkt, maar er is iets in mij dat denkt. Het denkt in mij: 'Het denkt: maar dat dit "het" nu juist dat beroemde "ik" zou zijn, is, zacht gezegd, slechts een veronderstelling, een bewering, en vooral geen "onmiddelijke zekerheid".' Wat hij over het door hem bewonderde landschap van de Oberengadin zegt, mogen we eveneens over de gedachte zeggen: hij neemt ze als een onverwacht, onverdiend, maar uiterst kostbaar geschenk in ontvangst.

Erik Oger Als in een honderdvoudige spiegel, 251

21.1.2026

2107

Heb ik dan eindelijk een lay-out gevonden die voldoet? Er waren jaren waarin ik geregeld de lay-out van mijn website wijzigde, maar het afgelopen jaar is dat nauwelijks gebeurd. Nou ja, eenmaal een grote wijziging die ik uiteindelijk weer terugdraaide. Alleen een detail, een ander lettertype, is de oogst van het afgelopen jaar, menig lezer zal dat niet eens opgevallen zijn en dat is maar goed ook.

Helder, eenvoudig en ruimtelijk, kenmerken van een esthetiek waar ik van houd. Daarbij gaat het mij niet in de eerste plaats om het visuele aspect, het gaat mij om een manier van denken en ervaren wat door sommige mensen minimalisme wordt genoemd. Minimalisme is voor mij geen look of een lifestyle. Het is ook niet iets dat je kunt kopen in de winkel. Het is voor mij geen vorm van consumentisme dat leidt tot fotogenieke inrichtingen met dure design. Dat een esthetische inrichting een gevolg kan zijn van minimalistisch denken is mogelijk en mooi, maar geen voorwaarde. Vaak leidt minimalisme als een vorm van design tot een leegte die weer snel gevuld moet worden en dan is minimalisme uiteindelijk een andere vorm van consumentisme.

Minimalisme is voor mij een mentaliteit die de vraag stelt of iets werkelijk nodig is of niet. De gedachte is erachter te komen welke behoefte of emotie schuil gaat achter het toevoegen van een element aan de inrichting van mijn huis, mijn website of misschien wel mijn leven. Inzicht krijgen in mijn eigen motieven om iets toe te voegen aan mijn leven kan tot gevolg hebben dat ik doorzie dat ik ruis of onrust probeer te verzachten door een aankoop. Welke leegte probeer ik te vullen? Welke negatieve emotie probeer ik uit te gommen?

Voor mij is minimalisme geen doel op zich, eerder een levenswijze om de verleidingen van het consumentisme te doorzien en te weerstaan. Het kan een anti-consumentisme zijn, temeer omdat juist onze wereld ons voortdurend probeert over te halen om te kopen, te hebben en te ervaren. Kapitalisme is een maximalisme en wil ons tot consumenten maken, tot slaaf van door anderen gecreëerde behoeften en verlangens. Het maakt ons, onze planeet en onze dampkring ziek. En daar blijft het niet bij.

Ik heb geen ideaalbeeld van het minimalisme en mijn doel is ook niet om er perfectie in te bereiken (een hang naar perfectie brengt juist vaak onrust en maakt vaak passief als het besef doordringt dat perfectie toch niet te bereiken valt, geloof me, ik weet er alles van). Wanneer ik kijk naar al mijn pogingen om een eenvoudiger - ik spreek liever over eenvoud dan over minimalisme, omdat het laatste begrip geassocieerd wordt met modieuze inrichtingen van huizen - website te maken, dan kan ik niet anders constateren dan dat het een zoektocht was naar balans. Als ik teveel weghaalde, dan voegde ik na verloop van tijd weer toe. Als er vervolgens naar mijn smaak weer teveel aanwezig was, dan haalde ik weer weg. Soms werd ik geïnspireerd door andere websites en dan nam ik elementen van die websites over om dan weer later tot de conclusie te komen dat het niet werkte. Minimalisme is niet een resultaat, maar een proces.

Sommige bezoekers zullen mijn website saai vinden. Alleen al het ontbreken van afbeeldingen; bezoekers willen graag zoveel mogelijk plaatjes want dat zijn hapklare brokken. Op sociale media wordt een foto sneller geliket dan een tekst, want voor dat laatste moet iemand moeite doen en dat is nou ook weer niet de bedoeling van sociale media. Sociale media is ook een vorm van consumentisme, alleen zijn we daar niet alleen verbruiker, maar ook aanbieder met maar al te vaak de subtekst 'kijk nou eens wat een geweldig leven ik toch heb, moet je ook doen'.

Bij de lay-out van mijn website gaat het mij om de leesbaarheid van de tekst, waarbij het de kunst is om niet alleen een website vorm te geven die leesbaar is, maar ook één die mooi is. Althans, in mijn ogen. Ik denk dat ik in de afgelopen jaren wel tot een beeld gekomen ben die voor mij werkt. Bezoekers die meer afleiding willen kunnen elders hun hart ophalen.

Overigens, met leesbaarheid bedoel ik niet alleen visuele leesbaarheid zonder voortdurende afleiding, maar ook eenvoud in woordgebruik. Waarom iets ingewikkeld verwoorden als je het ook eenvoudig kan? Er zijn bloggers (excusez le mot) die denken dat hun stijl beter en mooier wordt als ze hun gedachten ingewikkelder verwoorden en denken daarmee meer precisie te bereiken. Ik ervaar dat eerder als het innemen van ruimte die ik zelf als lezer kan en wil invullen, dat hoeft de schrijver niet voor mij te doen. Minder is niet altijd meer, maar geeft wel ruimte aan het laten gaan van mijn gedachten. Ik wil geen schrijver die louter voor mij denkt en invult, ik wil een schrijver die mij aanspoort eigen gedachten te hebben en te verkennen. Moeilijke teksten schrijven is intellectuele luiheid, niet de moeite nemen helderheid te verschaffen.

Ik ervaar minimalisme als een zoektocht naar een kern, een kern die voor mij genoeg is. Zo'n zoektocht kan een rusteloze zoektocht zijn met veel zijpaden en omwegen, maar ook met veel prachtige panorama's. Het zal niet leiden tot minimalistische perfectie en of die kern werkelijk bestaat of illusoir is, dat weet ik niet. Misschien is de kern juist wel een vorm van afwezigheid. Of wat de daoïsten P'oe of P'u noemen, het Ongekerfde Blok (zoals het in de Tao van Poeh genoemd wordt). Daoïsten veronderstellen dat er een oorspronkelijke, natuurlijke staat van alles bestaat waar spontaniteit en eenvoud uit voortkomt en dat verloren kan gaan (voor een betere beschrijving: ziran 自然).

In mijn zoektocht heb ik ontdekt, dat ik eerst ruimte en stilte in mezelf moet vinden, om ruimte en stilte in mijn omgeving te zien en te horen en uiteindelijk wordt het een wisselwerking tussen binnen en buiten. Trouw blijven aan mijn eigen behoeften en weerstand bieden aan de verlokkingen van anderen die menen te weten (of menen te moeten verkopen) wat je wel en niet zou moeten doen, hebben of ervaren om gelukkig te zijn. Best lastig in een samenleving die mij bijkans bombardeert met indrukken, met adviezen, met de voortdurende impliciete of expliciete boodschap: als je maar dit doet of koopt dan word je wel gelukkig.

Gelukkig zijn kan een eigen keuze zijn (als de omstandigheden dat toelaten) en als ik daarvoor kies zie ik de wereld anders (niet per se beter, anders). Er schijnt een boeddhistische wijsheid te bestaan die beweert dat er geen weg naar geluk is, maar dat de weg geluk is. Ik herkauw die gedachte vaak en ik denk dat het geen onzin is. Overigens denk ik dat mijn weg die ik zou moeten gaan niet bestaat, maar ontstaat door te gaan, te leven, op welke wijze dan ook.

Ik heb niet de pretentie een originele gedachte, laat staan een wijsheid, gevonden te hebben die iedereen zou moeten volgen. Wat voor mij werkt, hoeft niet per se voor anderen te werken. Iedereen vormt zijn eigen weg, als hij daar de gelegenheid voor krijgt en als je jezelf daartoe de gelegenheid geeft. Soms denk ik wel eens 'heb ik nu achtenvijftig jaar moeten worden om te ontdekken wat ik een prettige levenswijze vind?', maar ik weet dat dat niet waar is. Ik wist het altijd al, ik kon alleen niet voldoende de druk weerstaan om te voldoen aan de behoeften van anderen en de samenleving. Minimalisme kan een manier zijn om die druk langzaam maar zeker af te pellen om zicht te krijgen op wat ík van waarde vind. Dat afpellen gebeurt in mijn hoofd, niet in het minimaliseren van bezittingen.

Wellicht dat de lay-out van mijn website daar een illustratie van is geworden. Stilte (wat niet afwezigheid van geluid is), eenvoud (wat niet afwezigheid van complexiteit behoeft te zijn) en alleenzaamheid (wat niet betekent altijd maar alleen te (willen) zijn). Helderheid en ruimte waarin een gedachte kan ontstaan. Mijn eigen digitale plek waar de storm van de wereld en de samenleving zoveel mogelijk afwezig is. Eenvoudigweg

12.1.2026